[Bestanden][IPR][Geschiedenis][1814-1830][Soorten bronnen][Selectie]

Bestanden

Het corpus bestaat uit een bronnenbank met 9.068 digitale beelden in twee grote categorieën:

  • dossiers van het hof van assisen (7.450 beelden)
  • notariële akten (1.618 beelden)

Toegang tot het corpus enkel na aanmelding bij ctb@kantl.be met vermelding van naam, affiliatie, contactgegevens en de reden waarom toegang wordt gevraagd.

De beeldbestanden worden aangeboden in Jpeg-formaat (200 dpi - grijswaarden). De originelen worden bewaard op de KANTL in TIFF-formaat (400 dpi - grijswaarden) en zijn daar opvraagbaar.

Intellectuele eigendomsrechten

  1. De rechten op de beelden berusten bij het Rijskarchief België en de KANTL.
  2. Na aanmelding mogen de JPG beelden vrij worden geraadpleegd op het web.
  3. Voor hergebruik en reproductie van de beelden moet toestemming worden gevraagd aan de KANTL. Bij hergebruik moet steeds worden vermeld dat de rechten op de beelden berusten bij het Rijskarchief België en de KANTL, met vermelding van de URL http://bouwstoffen.kantl.be/C19NL/.

Geschiedenis

Van november 2003 tot juni 2006 liep het project Talige aspecten van het gerecht tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden aan de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. De doelstelling was om een instrument te onwikkelen voor de bestudering van de taal in de gerechtelijke bronnen ten tijde van het ‘Verenigd Koninkrijk der Nederlanden’ voor het huidige Vlaanderen, Brussel (en Maastricht) door het verzamelen en ontsluiten van primaire en secundaire bronnen, die een beter inzicht in de taalkeuze, het taalgebruik en de taal zelf tijdens die periode mogelijk moeten maken.

Buitenlands onderzoek heeft, vooral in het Duitse taalgebied, aangetoond dat de analyse van gerechtelijke bronnen bijzonder boeiende en vernieuwende informatie op kan leveren over de kwaliteit en de aard van het taalgebruik in de 19de eeuwse samenleving. Vooral documenten in procesbundels zijn uitermate geschikt voor sociolinguïstische analyse, o.m. omdat ze een hele reeks verschillende domeinen bestrijken. Naast de formele gerechtelijke taal vindt men er stukken van bestuurlijke overheden (administratief taalgebruik), getuigenissen ('de levende volkstaal' in alle sociale en regionale verscheidenheid), politiedocumenten en correspondentie tussen vertegenwoordigers van al die verschillende domeinen. Het ontsluiten van zulke bronnen levert dus documenten op die zowel voor een diepgaande intern linguïstische analyse van één specifiek domein, c.q. tekstsoort, c.q.schrijversgroep gebruikt kunnen worden (de studie van de arbeiderstaal in Duitsland bijvoorbeeld is grotendeels op dit soort bronnen gebaseerd). Ze kunnen echter ook voor een vergelijkende studie van de taal over sociale grenzen heen worden gebruikt (bijvoorbeeld: hoe wordt eenzelfde gebeurtenis verwoord vanuit een aantal verschillende sociale en/of beroepsgebonden perspectieven, en wat vertelt ons dit over de bijbehorende verschillende niveaus van taalbeheersing). Het zeker niet geringste voordeel van dit soort bronnen is dat ze ons ook veel kunnen leren over de reële taalkeuze, over hoe de taalwetgeving werd toegepast.

Zowel onder Napoleon als onder Willem I was de taalregeling in het juridische domein veel ingewikkelder dan in andere, bv. administratieve domeinen. Vanaf de onderzoeksrechter tot en met de raadsheren van het Hof van Beroep kwamen er verschillende soorten magistraten aan te pas, voor wie soms ook verschillende taalvereisten golden. Op verschillende niveaus traden er ook advocaten op en voor rechtsbijstand golden soms andere taalregels als voor het pleiten. Tenslotte was er het “volk” waarover geoordeeld werd. Beklaagden, getuigen en andere betrokkenen waren niet altijd de taal machtig die door de andere partijen werd gebruikt. In tegenstelling tot de usus in de administratie prevaleerde in juridische aangelegenheden de taal van de ambtenaar (de magistraat) op de taal van de recht zoekende of beklaagde. Dit kon tot potsierlijke situaties leiden: een zaak die in Limburg vanaf het eerste onderzoek in het Nederlands werd afgewerkt en in hoger beroep kwam diende in dat stadium vaak in het Frans te worden verdergezet omdat de voor Limburg verantwoordelijke raadsheren, die van Luik namelijk, niet verplicht waren Nederlands te kennen. Maar nog los van die bijzonder ingewikkelde regelingen en wetgevingen weten we dat de dagelijkse praktijk zeker niet altijd met de regelgeving overeenstemde.

De specifieke omstandigheden van dat gerechtelijk taalgebruik en de variabelen die daarbij een rol speelden, werden totnogtoe niet onderzocht. Alleen een uitvoerige analyse van vele primaire bronnen kan hier uitsluitsel over geven.

Afbakening in de tijd: 1814-1830

Over het effectieve taalgebruik in de Franse tijd en het Verenigd Koninkrijk weten we veel minder dan tot voor kort werd gedacht. Op de periode na 1830 krijgen we dank zij lopende onderzoek (aan de VUB) stilaan een duidelijk zicht, maar alles wat daaraan voorafgaat blijft vooralsnog vrij duister. Onze recente, maar gefragmenteerde, bevindingen over het taalgebruik in die periode hebben aangetoond dat over de taalwerkelijkheid veel genuanceerder moet worden gedacht dan meestal het geval is en dat het Nederlands, zowel in de Oostenrijkse als in de Franse tijd, zowel bruikbaarder als vaker gebruikt werd dan algemeen wordt aangenomen. De keuze voor de periode 1814 1830 is mee ingegeven door:

  1. het feit dat het geruststellende gevoel dat we dank zij De Jonghes uitvoerige studie over die periode veel zouden weten helemaal weggeëbd is nu in De Groofs dissertatie wordt aangetoond hoeveel we allemaal niet wisten, c.q. nog altijd niet weten
  2. het feit dat precies deze periode voor zowel de latere intern- als externlinguïstische ontwikkeling van het Nederlands enorm belangrijk is geweest
  3. het feit dat veel relevante informatie te vinden is in bronnen die in Nederland berusten en die ofwel onbekend zijn ofwel slechts in heel onvoldoende mate gebruikt werden om de geschiedenis van onze taal te schrijven
  4. het feit dat het hier om een vrij korte en duidelijk omschreven periode gaat, die in de voorzien tijdspanne zeker kan worden onderzocht
  5. het feit, dat over de rol van de taal en de taalpolitiek tijdens het Verenigd Koninkrijk ontzettend veel verkeerde voorstellingen en mythes bestaan, die het juiste inschatten ervan totnogtoe hebben verhinderd
  6. het feit tenslotte dat heel wat bronnen uit deze periode nu nog geraadpleegd kunnen worden, iets wat over zeer korte tijd niet meer zal kunnen door de razendsnel voortgaande verpulvering en ‘zelfvernietiging’ van deze papieren bronnen in diverse archieven. Een aantal bronnen die we gebruikten voor onze allereerste analyses tien jaar terug is nu al verloren gegaan

Soorten bronnen

I. Strafdossier van het Hof van Assisen

A. Organisatie Hof van Assisen

Een uitermate geschikte bron om zicht te krijgen op de toepassing van de taalwetgeving is het dossier van het hof van assisen. Een zaak die voor het hof van assisen verschijnt heeft meerdere gerechtelijk stadia doorlopen en is door ‘verschillende handen’ gegleden. Elke stap in de strafrechterlijke procedure laat papieren sporen na. In onderstaand schema wordt de gerechtelijke procedure weergegeven. Bovendien bevat elk dossier een inhoudstafel waarin een overzicht wordt gegeven van de stukken die in het dossier opgenomen zijn. Elk document draagt een nummer dat veelal op de inhoudstafel vermeld wordt. Een dossier kan naast de officiële documenten ook brieven, verzoekschriften, enz. bevatten.

We overlopen ten eerste de verschillende stappen in de strafrechterlijke procedure en de bijhorende documenten. Daarnaast overlopen we enkele belangrijke actoren - scribenten die hun stempel drukken op de terschriftstelling.

B. Strafrechterlijke procedure en bijhorende documenten

  • Politie
    • functie: De politie is de eerste instantie die de misdaad registreert.
    • document:
      • Het proces-verbaal bevat de registratie van de gepleegde feiten. Dit document wordt veelal opgesteld door de politie (veldwachter, politieagent, politiecommissaris of -commandant), maar kan ook opgesteld zijn door ‘het hoofd’, nl. de burgemeester, de ‘schepen van politie’ of de ‘assesor’.
      • brief met melding van het misdrijf aan de Procureur des Konings
  • Koninklijke maréchaussée
    • functie: militair politiekorps die instaan voor de opsporing of de aanhouding van de verdachte
    • document:
      • bevel van geleiding: bevel om verdachte op te sporen of te arresteren
      • proces-verbaal: registratie van opsporing of aanhouding verdachte
  • Openbaar Ministerie (Parket)
    Geheel van magistraten die waken over de toepassing van de wetten en de belangen van de maatschappij verdedigen. De vertegenwoordigers van de maatschappij zijn de procureur des Konings en zijn assistenten (substituten genaamd). Zij vormen het parket, ook het openbaar ministerie genoemd .
    • functie: De taken van de procureur des Konings bestaan uit:
      • beheren van informatie betreffende strafbare feiten en handelingen
      • beoordelen van klachten
      • beslissen over het vorderen van de vervolging of de buitenvervolgingstelling van de verdachte
      • adviseren van de hogere overheid inzake rechtshandhaving / politiebeleid
      • vervolledigen van een strafdossier (in afwachting dat de zaak voor het hof van assisen verschijnt)
      • doen uitvoeren van hoofd(gevangenis)straffen (processen-verbaal van de tentoonstelling)
      • afleveren van afschriften van vonnissen en arresten
    • document:
      • rekwisitoor (of) vordering: document met ontwikkelde argumenten waarin het openbaar ministerie verzoekt de strafwet toe te passen op een beklaagde
  • Onderzoeksrechter
    • functie: De onderzoeksrechter is een onafhankelijk magistraat die het gerechtelijk onderzoek leidt wanneer er een misdrijf werd gepleegd, en dit op vraag van de Procureur des Konings . Een gerechtelijk onderzoek omvat handelingen om de daders van misdrijven op te sporen, de bewijzen te verzamelen en de maatregelen te nemen die de rechtscolleges in staat moeten stellen met kennis van zaken uitspraak te doen. Concreet betekent dit dat de onderzoeksrechter getuigen en verdachten kan laten ondervragen, deskundigen kan aanstellen en dwangmaatregelen nemen (huiszoeking, aanhoudingsbevel, enz.). Hij voert zowel het onderzoek ′à charge′ als ′à décharge′, wat betekent dat hij zowel ongunstige als gunstige elementen aangaande de verdachte zoekt. Als de onderzoeksrechter oordeelt dat zijn onderzoek ten einde is gekomen, zal hij het dossier overmaken aan de procureur des Konings. In de periode van het Verenigd Koninkrijk neemt de vrederechter soms de onderzoeksopdracht op zich
    • document:
      • bevel van verschijning: bevel van de onderzoeksrechter aan de koninklijke maréchaussée of aan de deurwaarder om de verdachte voor ondervraging voor de onderzoeksrechter te brengen. Dit document wordt gevolgd met een deurwaardersexploot of een proces-verbaal / opsporingsbericht van de koninklijke maréchaussée.
        ook: bevel van rechterlijke geleide, bevel van geleiding, bevel van verschijning, bevel van brenging, bevel tot compareeren of bevel van 'comparutie', bevel van ‘medebrenging’, bevel van ‘opbrenging’, bevel van geleiding.
      • ondervraging verdachte: verslag van de ondervraging van de verdachte door de onderzoeksrechter (veelal opgesteld door de griffier).
      • aanhoudingsbevel: beslissing van de onderzoeksrechter die ertoe strekt een persoon in voorlopige hechtenis te nemen . [gevolgd met deurwaardersexploot]
        ook: bevel tot bewaring/ bewaarstelling , bevel tot gijzeling, mandaat van depot, mandaat van bewaring, mandaat van arrest.
      • dagvaarding getuigen: bevel van de onderzoeksrechter aan de deurwaarder om de getuigen te dagvaarden voor een verhoor [gevolgd met deurwaardersexploot]
        ook: bevel van citatie, bevel tot dagvaarding getuigen, bedaeging-brief.
      • verhoor getuige: verslag van het verhoor van de getuigen door de onderzoeksrechter (opgesteld door griffier).
      • stuk over afronding onderzoek: overmaken van onderzoeksdaden door de rechter van instructie aan de procureur des Konings
        ook: stuk overhandiging processtukken , bevelschrift of akte van communicatie
  • Raadkamer bij de Rechtbank van Eerste Aanleg
    • functie: De raadkamer is een onderzoeksgerecht bij de rechtbank van eerste aanleg. Deze kamer beslist over het verdere verloop van de strafprocedure na het einde van het onderzoek en doet uitspraak over de voorlopige hechtenis . Indien het over zware feiten gaat, kan de raadkamer de zaak naar de procureur-generaal verwijzen en een gevangenneming bevelen.
    • document:
      • verwijzing van de raadkamer: de beschikking van toezending van het dossier aan de procureur-generaal. Veelal wordt een bevelschrift van gevangenneming eraan toegevoegd/
  • Kamer van inbeschuldigingstelling bij het Hoog Gerechtshof
    • functie: De Kamer van inbeschuldigingstelling is een afdeling van het Hoog Gerechtshof. Het is een onderzoeksgerecht dat oordeelt over de uitslag van het gerechtelijk onderzoek naar de zwaarste misdrijven en beslist of de zaak al dan niet naar het hof van assisen wordt verwezen. Er is en Kamer van beschuldiging bij het Hoge Gerechtshof van Brussel (voor Antwerpen, Brabant, Oost- en West-Vlaanderen) en Luik (voor Limburg).
    • document:
      • arrest: uitspraak van de kamer van inbeschuldigingstelling inzake de inbeschuldigingstelling en verwijzing van de verdachte. [kan gevolgd worden met een deurwaardersexploot]
  • Procureur-generaal bij het Hoog Gerechtshof
    • functie: De procureur-generaal is lid van het parket-generaal, waakt over de toepassing van de wet en het algemeen belang van de maatschappij en spreekt de beschuldiging uit. Zijn rol is onontbeerlijk in een strafproces. In het kader van de strafprocedure die aan een zaak voor het hof van assisen voorafgaat, neemt de procureur-generaal de volgende taken op zich:
      • opstellen akte van beschuldiging
      • betekent aan de beschuldigde het arrest van verwijzing (van de kamer van inbeschuldigingstelling) en de akte van beschuldiging
      • zorgt voor de overbrenging van de beschuldigde
      • bericht aan de burgemeester van de woonplaats van de beschuldigde en aan de burgemeester van de plaats waar de misdaad plaatsvond
      • laat het dossier en de overtuigingsstukken overmaken aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg waar het hof van assisen zetelt
    • documenten:
      • rekwisitoor (of) vordering: document met ontwikkelde argumenten waarin het openbaar ministerie verzoekt de strafwet toe te passen op een beklaagde.
      • akte van beschuldiging: document met een samenvatting van de zaak die behandeld zal worden voor het hof van assisen. Dit stuk bevat meerdere gegevens zoals de identiteit van de beschuldigde, een omschrijving van de aard van het misdrijf en de feiten alsook alle omstandigheden die de straf kunnen verzwaren of verlichten). Dit document is ter informatie van de beschuldigde en ter inleiding van de debatten voor het hof van assisen [achteraan is veelal een deurwaardersexploot toegevoegd].
      • stuk m.b.t. overhandiging van strafdossier
  • Hof van assisen
    • functie: Het hof van assisen is een rechtscollege dat bestaat uit beroepsmagistraten (3) en uit burgers (12 juryleden), die samen een oordeel vellen over de meest ernstige en meest delicate strafbare feiten. Het hof van assisen is geen vast rechtscollege. Er is een hof van assisen per provincie. De zetel van het hof is gevestigd in de rechtbank van eerste aanleg van de provinciehoofdplaats (Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Maastricht).
    • documenten bewaard in het strafdossier
      • verhoor: verhoor van de beschuldigde door de voorzitter van het hof of zijn plaatsvervanger (zbv. een andere rechter van de rechtbank van eerste aanleg)
      • audiëntieblad/ proces-verbaal: verslag van de zitting, opgesteld door een griffier van de rechtbank van eerste aanleg die het hof van assisen bijstaat
      • arrest: (definitieve) uitspraak van een Belgisch hof van assisen
  • procureur-crimineel bij het Hof van assisen
    • functie: De procureur-crimineel was een door het volk verkozen burger, die ermee belast was de misdaden te vervolgen op grond van de akte van beschuldiging die door de procureur-generaal werd opgesteld. Hij leidde het onderzoek ten laste en voerde het woord tot staving van de beschuldiging.
    • documenten:
      • lijst van getuigen: bevat de opsomming van de te dagvaarden getuigen, het bevel tot het dagvaarden van de getuigen (door de voorzitter van het hof) en het deurwaardersexploot
      • document met vragen van de procureur-crimineel aan de leden van de jury en antwoorden van de juryleden
  • Kamer van beroep/cassatie bij het Hoog Gerechtshof van Brussel en Luik
    • functie: De Kamer van beroep / cassatie is een afdeling van het Hoog Gerechtshof en doet uitspraak over zaken in beroep of cassatie .
    • document: - arrest: (definitieve) uitspraak van een Belgisch hof van assisen

C. Scribenten in de strafrechterlijke procedure

1. Magistratuur
  • functie: De rechters en magistraten werden gerekruteerd uit de lijsten van notabelen, opgesteld door de gemeentelijke of provinciale overheid. Zij moesten minstens 30 jaar oud zijn en mochten geen ander openbaar ambt vervullen Zij werden voor het leven benoemd door de consul, later de koning. In geval zij veroordeeld werden wegens plichtschennis of wanneer zij niet voorkwamen op de lijst van verkiesbaren (dit laatste werd nog afgeschaft tijdens de Franse periode).
  • document:
    • brieven
    • ondertekenen arresten, bevelschriften, enz.
2. Griffiers
  • functie: Ministerieel ambtenaar belast met de administratieve taken van een hof of een rechtbank. De griffier staat de rechter bij in zijn taken, legaliseert de proceshandelingen en ontvangt de rechtzoekenden . Vanaf 1869 moet deze griffier ook doctor in de rechten zijn (of vergelijkbare ervaring) . Sinds 1997 is het bijstaan van de rechter geen passieve aangelegenheid en noteert de griffier niet meer wat de rechter dicteert. De griffier krijgt een grotere vrijheid in het neerschrijven van wat gebeurt in de rechtszaal.
  • document: Naast het opstellen van processen-verbaal, bevelschriften, arresten ,enz. stelt de griffier ook louter administratieve stukken op zoals:
    • staat der gerechtskosten
    • staat met stukken van overtuiging
    • inhoudstafel strafdossier
    • stuk overhandiging processtukken / zendingstukken
    • dossieromslag
    • akte van voorziening in cassatie
3. Deurwaarder
  • functie: deurwaarder: oefenen hun beroep uit binnen het ressort van de rechtbank waaraan zij verbonden zijn en staan in voor de uitvoering van beslissingen en bevelschriften van de rechterlijke macht.
  • document:
    • deurwaardersexploot: verklaring van een deurwaarder met de boodschap dat hij een aan hem opgedragen taak heeft verricht. Deurwaardersexploten worden soms door deurwaarder zelf, maar ook door de griffiers van rechtbanken en advocaten opgetekend.

II. Het notariaat

A. Organisatie

De notariële akte als document stamt uit een ruimer en bredere historische traditie dan de gerechtelijke documenten. Het begin van de notariële wetenschap situeert zich in de elfde eeuw in de Noord-Italiaanse steden. Karel V vaardigde de eerste algemene ordonnanties uit voor Vlaanderen. In een ordonnantie van 4 oktober 1540 werden de vormvereisten van de akten vastgelegd. En in de ordonnantie van 16 juni 1575 werd het gebruik van de nieuwjaarsstijl vastgelegd.

Tijdens de Franse overheersing werd het ambt grondig hervormd. Het besluit van 3 prairial jaar IV (22 mei 1796) behandelde de reorganisatie van het notariaat in de départements réunis. Hun werkgebied was het ganse departement waarin hun standplaats gelegen was. Alle ambten van notarissen werden opgeheven en vacant verklaard en werden vervangen door openbare ambtenaren, de notarissen, die voor het leven benoemd werden. De wetgeving voorzag per departement een vergelijkend examen voor de benoeming tot notaris. Sommige departementen -zoals Nedermaas, Ourthe, Twee Neten- richtten deze examens in, andere niet -Dijle-.

Om tot notaris benoemd te worden, moest de kandidaat burgerrechten genieten, voldoen aan dienstplichtwetten, 25 jaar oud, een stage gelopen hebben en in het bezit zijn van een bekwaamheidsgetuigschrift. Pas vanaf 1849 zou een kandidaat-notaris moeten slagen op een universitair examen om benoemd te kunnen worden . Alle officiële akten werden door een notaris of zijn klerk opgesteld. Er bestaan verschillende soorten notariële akten, zoals volmachten, openbare verkopen, obligaties, rekeningen, huur- en pachtcontracten, inventarissen, borgtochten, contracten, handlichtingen, testamenten, toestemmingen, verpachtingen.

Een notariële akte genoot dezelfde authenticiteit als een openbare akte en waren uitvoerbaar in de ganse republiek. Dezelfde wet stipuleert dat bij elke rechtbank van eerste aanleg een tuchtkamer van notarissen werd ingericht. Naast tussenkomsten bij conflicten zagen ze toe op het behoud van de discipline.

Willem I reorganiseerde het notariaat. Naast het opstarten van een nieuwe procedure voor het bekomen van een bekwaamheidsgetuigschrift werd het verplicht gebruik van de Franse taal in de openbare akten, zoals het bij besluit van 24 prairial van het jaar XI (13 juni 1803) was vastgelegd, afgevoerd. Op 18 juli werd een eerste taalbesluit uitgevaardigd waarin gesteld werd dat notariële en burgerlijke akten in de taal van de burger opgesteld worden, maar bij de registratie van deze akten moest een Franse vertaling voorzien worden.

Op 1 oktober 1814 werd een besluit voor heel België uitgevaardigd waarbij taalvrijheid werd ingevoerd voor het opstellen van notariële akten, die bovendien geregistreerd mochten worden zonder bijgevoegde Franse vertaling . Het KB van 15 september 1819 ging een stap verder: er werd gesteld dat vanaf 1 januari 1823 enkel het Nederlands gebruikt zou worden in de provincies Oost- en West-Vlaanderen, Limburg en Antwerpen. In de tussenperiode 1819-1822 gold taalvrijheid. Dit betekende in concreto dat taalvrijheid verleend werd aan de burger. De vrijheid van de notaris bestond eruit dat hij geen Franse vertaling mocht vorderen van stukken die in het Nederlands waren opgesteld. In zijn contacten met een Nederlandssprekende zou de notaris de taal gebruiken van de andere partij of er moesten minstens kosteloze vertalingen van in het Frans opgestelde stukken toegevoegd worden.

Selectie

Taal

Uitsluitend documenten die in ‘een Nederlands’ werden opgesteld.

Omvang

9.068 archiefbeelden (ongeveer 2 miljoen woorden)

Documentsoort

  1. dossiers van het hof van assisen: 80% van het corpus (7.450 beelden)
  2. notariële akten: 20% van het corpus (1.618 beelden)

Thematiek

  1. dossiers hof van assisen: hoofdzakelijk diefstallen
  2. notariële akten: boedelbeschrijvingen (inventarissen) en openbare verkopen

Temporele spreiding

Er werden twee steekproefperiodes uitgekozen.

1823

De periode 1819-1822 wordt duidelijk getekend door een toenemende vernederlandsing van de documenten. Deze vernederlandsingsperiode verloopt niet overal even vlot en wordt pas afgerond in 1823. Heel wat processtukken waaronder een van de sleutelstukken, nl. de akte van beschuldiging en het verwijzingsarrest werden tot eind 1822 systematisch in de franse taal opgesteld. Door deze grote verscheidenheid in taalgebruik voor 1823 is het moeilijk om een waaier vergelijkbare documenten voor gans Vlaanderen te vinden en in een bronnencorpus op te nemen. Willen we een zo homogeen mogelijke samenstelling van het corpus voor de ‘Zuidelijke nederlanden’, dan kunnen de dossiers pas vanaf 1823 (voor Limburg -en Brabant- pas vanaf mei ) geselecteerd worden. Daarnaast werden enkel strafdossiers geselecteerd waarvan het merendeel van de processtukken in het Nederlands zijn opgesteld.

Hoewel vanaf 1815 al heel wat notariële akten in het Nederlands werden opgesteld, hebben we beslist om -voor de samenhang van het bronnencorpus- voor alle geselecteerde bronnen dezelfde proefperiodes gekozen. Hoewel een groot deel van de notariële akten al vanaf 1815 in het nederlands zijn opgesteld, wordt ook voor deze bronnencluster 1823 als eerste steekproefperiode genomen.

1829-1830

Over de dossiers van het hof van assisen nog dit: de datum van het arrest bepaalt het jaar waartoe het dossier gerekend wordt. Het spreekt voor zich dat in dossiers waarvan het arrest in het begin van het jaar geveld is, de documenten van de andere gerechtelijke instanties dateren van het voorgaande jaar.

Ruimtelijke spreiding

Er worden per provincie twee plaatsen genomen:

  1. de hoofdplaats, waar het hof van assisen gevestigd is:
    • Antwerpen: Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Maastricht, Tongeren)
    • Brabant: Brussel
    • Limburg: Maastricht - Tongeren
    • Oost-Vlaanderen: Gent
    • West-Vlaanderen: Brugge
  2. per provincie: één perifere plaats
    Het is moeilijker om tot een homogene selectie van dossiers van een perifeer gebied in de twee steekproefperiodes te komen. Er werd geprobeerd de dossiers in eenzelfde gerechtelijk arrondissement (een ander dan het gerechtelijk arrondissement van de hoofdplaats) en uit dezelfde of aangrenzende municipale kantons te bundelen. De selectie is als volgt:
    • Antwerpen:
      • hof van assisen: Arendonk - Mol - Olmen - Retie (gerechtelijk arrondissement Turnhout)
      • notariaat: Arendonk - Geel - Meerhout - Retie
    • Brabant:
      • hof van assisen: Scherpenheuvel, Tienen, Zoutleeuw (gerechtelijk arrondissment Leuven)
      • notariaat: Tienen - Geetbets
    • Limburg:
      • hof van assisen: Herk-de-Stad, Peer, Hasselt, Bocholt [Maastricht is omwille van reproductierechten nog niet opgenomen.]
      • notariaat: Borgloon - Hasselt - Herk-de-stad - Peer - Tongeren
      [Er is niet voldoende bruikbaar materiaal voor één bepaalde gemeente / gebied. Daarom werden bruikbare akten uit de hele provincie geselecteerd.
    • Oost-Vlaanderen:
      • hof van assisen: Hamme-Temse (gerechtelijk arrondissement Dendermonde)
      • notariaat: Hamme - Temse
    • West-Vlaanderen:
      • hof van assisen: Hooglede-Staden-Langemark (gerechtelijk arrondissement Ieper)
      • notariaat: Poperinge
      Door WOI zijn de meeste akten van arrondissement Ieper en omstreken vernietigd. Enkel voor kanton Poperinge is een bruikbare en volledige set documenten bewaard.